Aangepaste versie van de lesbrief die in 2011 in samenwerking met bureau Halt is gemaakt.

Waarom voorlichting?

Rond de jaarwisseling veroorzaken jongeren vaak overlast met vuurwerk doordat ze ermee gooien of het
laten knallen in tunnels en onder viaducten. Ook oudere mensen, kinderen en dieren zijn nogal eens het
mikpunt. Verder wordt met het tot ontploffing brengen van vuurwerk veel schade toegebracht aan
gebouwen en openbare voorzieningen (prullenbakken, brievenbussen, enzovoort). Naast de overlast,
vinden er helaas nogal wat ongelukken plaats met vuurwerk. Vaak zijn hier jongeren bij betrokken.

Vuurwerkslachtoffers jaarwisseling 2010 – 2011

o 710 mensen lieten zich met vuurwerkverwondingen behandelen op de spoedeisende hulpafdeling van
een ziekenhuis.
o 17% van de slachtoffers werd in het ziekenhuis opgenomen. Voor zover bekend zijn er 2 dodelijke
slachtoffers gevallen.
o Bijna de helft van de slachtoffers (37%) was tussen de 10 en 19 jaar oud.
o 29% had oogletsel, 15% had verwondingen aan het aangezicht.
o 45% van de slachtoffers werd geraakt door siervuurwerk (bijv. vuurpijlen).
o Zeker 37% van de slachtoffers werd geraakt door vuurwerk dat door een ander werd afgestoken.
(Bron: stichting Consument en Veiligheid)


DVD “de Nationale vuurwerkshow”

(duur: 13.34 minuten).

De kracht van de film is dat de film is gemaakt voor en door jongeren. Ook jongeren die slachtoffer zijn
geweest van vuurwerk spelen in deze film een rol. De jongeren die in de film voorkomen zijn échte
slachtoffers van vuurwerk. Ze worden geïnterviewd en doen hun verhaal. We hopen dat de film een
aanzet geeft tot bewustwording en discussie tussen jongeren en tussen jongeren en opvoeders.
De film is in opdracht gemaakt van GGD Fryslân, Brandweer Fryslân en Politie Fryslân.
Deze film kunt u voor €18,00 euro  hier bestellen


Invloed van een groep

Het grootste deel van de Halt-delicten wordt gepleegd in groepsverband. In zo'n groep zijn aanstichters en
meelopers. Het kan veel jongeren overkomen dat ze in zo'n groep bijna ongemerkt mee gaan doen aan
het plegen van een strafbaar feit. Dit speelt natuurlijk ook bij het afsteken van vuurwerk.
In een groep kan het jongeren ook overkomen dat ze bijna ongemerkt verzeild raken in risicovolle
situaties.
Groepsdruk kan ervoor zorgen dat kinderen dingen doen die ze liever niet willen of waarvan ze weten dat
het een risico in zich draagt. Betrek dit aspect bij de les: hoe ontstaat zo’n groepssfeer, hoe belangrijk is
die en hoe kan je je daaraan onttrekken zonder gezichtsverlies te leiden? Hoe doe je dat? Je kunt
bijvoorbeeld:
o weglopen (niet 'stoer', maar nog altijd beter dan iets strafbaars tegen je zin in doen);
o je mening geven en een bondgenoot zoeken in de groep;
o je mening geven en proberen discussie in de groep te krijgen;
o voorstellen om wat heel anders te gaan doen.
“Nee zeggen” vereist moed, het is niet iets wat je makkelijk doet. Dat is ook begrijpelijk. Maar het
belangrijkste is dat je op komt voor wat je zelf wel (of niet) wilt.


Inhoud film “Nationale vuurwerkshow”

De meisjes in de film zijn bang, maar sterretjes, dat is toch ook wel wat saai..
Bang zijn is eigenlijk een heel goed signaal wat je waarschuwt voor gevaar en het is goed om daar
naar te luisteren.
Als je jong bent heb je behoefte aan spannende dingen en soms verlies je daarbij je eigen veiligheid
en die van anderen uit het oog.
Bij drie van de vier ongelukken in de film hadden de slachtoffers wat gedronken, niet veel, maar toch.
Alcohol maakt dat je wat minder oplet en wat meer durft en in combinatie met vuurwerk is dat niet
handig.
Wat ook mee speelt bij vuurwerk ongevallen is stoer doen, als je met een groepje samen bent en je
verveelt je dan kan het gebeuren dat je iets doet wat je anders niet zou durven, een carbidbus
aansteken met vuurwerk, of stunten met illegaal vuurwerk bijvoorbeeld.
Maar wist je dat je ook een oog kwijt kunt raken door die onschuldige sterretjes. Koud vuur bestaat
namelijk niet en ook zo'n klein vonkje kan je oog beschadigen.
Marinda raakte gewond door een lawinepijl die in de grond was vastgezet. Zo'n pijl wordt in de bergen
gebruikt om met de harde knal ervan een sneeuwlawine te veroorzaken. Die knal hoort hoog in de
lucht te gebeuren en zeker niet op de grond.
En dan is er nog het illegale vuurwerk, de vlinderbom die Elske een oog kostte bestaat uit een stuk
vuurwerk met daaromheen een laagje beton, de splinters ervan vliegen bij de explosie alle kanten op.
Een groot aantal ernstige ongelukken is het gevolg van zelf gemaakt vuurwerk. Soms zien jongeren
indrukwekkende explosies op internet van mensen die zelf een vuurwerkbom hebben gemaakt en dat
na gaan doen. Vorig jaar viel er een dode omdat iemand een met kruit gevulde buis dicht probeerde te
slaan met een hamer, een klein vonkje is er maar nodig voor een hele harde knal.
We hebben in Nederland een mooie traditie met het knallen van carbid in een oude melkbus, maar het
gas wat daarbij gebruikt wordt zie je niet.
Tot slot nog een tip van Sijbrand: steek carbid altijd aan met een fakkel aan een lange stok of beter
nog met een elektrische bougie.


Suggesties voor een voorlichtingsopbouw


Opzet bepalen
Voorlichting geven over vuurwerk, de risico’s en overlast die ermee gepaard kan gaan, is alleen effectief
als u aansluit bij ervaringen die de leerlingen al hebben en de informatie daarop afstemt.
Het kan voorkomen dat u voor een klas staat die weinig concrete ervaringen heeft met het thema. Maar
het is ook mogelijk dat er binnen een groep heftige incidenten met vuurwerk hebben plaatsgevonden. Dit
heeft consequenties voor de aanpak.
Het onderwerp kan ook aanleiding geven tot stoer gedrag in de klas. Leerlingen die tegen elkaar
opboksen in het opdissen van sterke verhalen. Kies afhankelijk van de sfeer en de voorkennis in de groep
voor een bepaalde opzet.
Inleiding (circa 10 minuten)
Inventariseer bij de leerlingen hun kennis van en houding tegenover vuurwerk. Het gaat erom zo goed
mogelijk zicht te krijgen op wat ze al dan niet over vuurwerk weten en wat er qua gedrag speelt wat betreft
dit onderwerp.
Bij leerlingen die zelf nog weinig vuurwerk hebben afgestoken, kunt u vragen stellen zoals:
o Waarom steken we vuurwerk af?
o Waar is het van gemaakt?
o Is vuurwerk veilig?
o Hoe moet je vuurwerk afsteken?
o Waar moet je rekening mee houden bij het afsteken van vuurwerk?
o Heb je wel eens iets vervelends meegemaakt met vuurwerk?
Aan leerlingen die al meer met vuurwerk te maken hebben gehad, kunt u specifiekere vragen stellen over
hun kennis, houding en gedrag. U kunt vragen stellen als:
o Wat vind je van vuurwerk?
o Hoe kwam je aan het vuurwerk?
o Hoe heb je het aangestoken (met aansteeklont, aansteker, sigaret)?
o Met wie was je toen je het vuurwerk afstak (vrienden, ouders, alleen)?
o Heb je wel eens iets vervelends meegemaakt met vuurwerk?
Schrijf opvallende uitspraken of tegengestelde meningen op het bord. U kunt hier in het kerngedeelte op
terugkomen.
Kern (circa 30 minuten)
In dit gedeelte kunt u ingaan op die onderwerpen waarvan u vindt dat ze bij deze groep aandacht vragen,
zoals wet- en regelgeving, overlast, veiligheid en groepsgedrag.
Wet- en regelgeving
Stel de leerlingen de volgende vragen:
o Wanneer mag je vuurwerk kopen?
o Waar mag je vuurwerk kopen?
o Hoe oud moet je zijn om vuurwerk te mogen kopen?
o Wanneer mag je vuurwerk afsteken?
o Wat gebeurt er als je door de politie wordt aangehouden in verband met een vuurwerkdelict?
o Waarom zou je liever naar Halt gaan dan naar de officier van Justitie?
Bespreek de antwoorden en schrijf ze kort op het bord.
Overlast en groepsgedrag
Laat de leerlingen nadenken in groepjes of bespreek ze de vragen klassikaal:
o Gevaarlijk of gaaf? Siervuurwerk of knalvuurwerk, waar houd jij van?
o Vuurwerkgevecht. Meedoen of niet? Ken je nog meer vormen van overlast?
o Waar moet je allemaal aan denken als je veilig vuurwerk wil afsteken?
o Is vuurwerk voor iedereen leuk? Noem een paar voorbeelden van overlast door vuurwerk.
o Heb je wel eens overlast meegemaakt?
o Zat je in de groep die overlast veroorzaakte of werd je lastig gevallen met vuurwerk?
o Zouden jongeren ook overlast veroorzaken of dingen vernielen met vuurwerk als ze alleen zijn?
o Wat zou je kunnen doen als je vrienden iets strafbaars willen doen en jij vindt dat eigenlijk niks?
Veiligheid
Vraag de leerlingen:
o Wat het verschil is tussen legaal en illegaal vuurwerk?
o Hoe steek je veilig vuurwerk af?
o Waarom mag je geen vuurwerkresten afsteken?
o Waarom is illegaal vuurwerk eigenlijk verboden?
o Hoe kan je ongelukken met (illegaal) vuurwerk voorkomen?
Bespreek de antwoorden en schrijf ze kort op het bord.
N.B. Benadruk dat:
o Er veel slachtoffers vallen onder omstanders en niet onder mensen die vuurwerk afsteken.
o Bijna de helft van de slachtoffers tussen de 10 en 19 jaar oud is.
Afsluiting (circa 10 minuten)
Herhaal kort de regels en de consequenties van het overtreden van de regels.


Achtergrondinformatie vuurwerk


Waar komt vuurwerk vandaan?
Al honderden jaren wordt er in Europa vuurwerk afgestoken als er grote feesten worden gevierd. Maar
vuurwerk werd al veel eerder gebruikt voor het verdrijven van geesten en om oorlog mee te voeren.
Vuurwerk is waarschijnlijk ontdekt door de Bengalen (het woord 'Bengaals vuurwerk' verwijst nog naar het
land Bangladesh), maar werd pas op grote schaal gebruikt door de Chinezen, aan het begin van onze
jaartelling. Zij gebruikten het bij religieuze gebeurtenissen om boze geesten te verdrijven. Militairen
gebruiken vuurwerk ook wel eens voor verlichting van terreinen of het geven van signalen. De Chinezen
beschikten zeker vanaf de vroege 13e eeuw over buskruit, het belangrijkste bestanddeel van vuurwerk.
Vlak nadat de Chinezen het buskruit hadden ontdekt, deden ze er al proeven mee. Uit de proeven
kwamen verschillende soorten vuurwerk voort. Vuurwerk vond na de ontdekking snel zijn weg naar
Europa. In de Middeleeuwen werd het in oorlogen gebruikt. Men maakte in die tijd bommen om
kasteelmuren te bekogelen en vuurpijlen om de vijand af te schrikken. Het beroep van vuurwerkmaker
was toen belangrijk en vol risico; er zijn heel wat vuurwerkmakers de lucht in gevlogen.
In Europa vond men vuurwerk niet alleen geschikt voor de oorlogsvoering. Aan de koninklijke en
keizerlijke hoven, zoals het Hof van Versailles, werden grote spektakels met vuurwerk opgevoerd.


Hoe werkt het?


De verschillende soorten vuurwerk hebben één overeenkomst: er zit kruit in dat explodeert. Het aansteken
van vuurwerk veroorzaakt een explosieve verbranding van het mengsel van vaste stoffen in het vuurwerk.
Die vaste stoffen (waaronder het kruit) zijn zeer fijn gemalen en goed vermengd in een buisje geperst. Bij
de explosie komt plotseling veel gas vrij, waardoor de stoffen niet meer in het buisje passen en het
vuurwerk afgaat.
De explosies kunnen een verschillend effect opleveren. Is het buisje potdicht, dan wordt de druk zo groot
dat het vuurwerk uit elkaar spat. Zit er onder in het buisje een gat, dan spuit het gas eruit en stijgt het
vuurwerk op, net zoals bij een raket of straalvliegtuig. Zitten er in de bodem een paar kleine gaatjes in
plaats van één groot gat, dan geeft dat een fluitend geluid. Aan het kruit worden soms chemische stoffen
toegevoegd voor de kleur- en lichteffecten.
Illegaal vuurwerk
Illegaal vuurwerk is onbetrouwbaar: het voldoet niet aan de wettelijk in Nederland gestelde eisen en er is
géén controle op de productie en de verkoop. Je loopt dus het risico rommel te kopen en dat is dan
weggegooid geld. Maar wat nog erger is: door gebruik van te veel of ander kruit, of van een 'inwendige'
lont blijkt illegaal vuurwerk vaak veel gevaarlijker te zijn. Soms lijken het wel bommen. Als er iets misgaat,
zullen de gevolgen veel ernstiger zijn dan bij legaal vuurwerk. Denk aan gehoorbeschadiging,
brandwonden, verwondingen aan ledematen of nog erger.
Strijkers
Gebruik van illegaal vuurwerk kan heel risicovol zijn. Alle soorten strijkers - dus ook de allerkleinste
babystrijker - zijn per definitie gevaarlijk omdat ze geen uitwendig lont hebben, maar een strijkkop met een
inwendig lont. Je kunt van buitenaf niet zien hoelang het duurt voor het kruit ontbrandt en de strijker knalt.


Veiligheidstips


o vuurwerk moet op een veilige, droge plek worden bewaard, het liefst in een metalen trommel met
een deksel. Zorg ervoor dat kleine kinderen er niet bij kunnen;
o draag dikke kleding van wol en niet van kunststof. Dikke wollen kleding vat minder snel vlam en is
makkelijker te blussen. Kunststof brandt snel en smelt vast op je huid;
o stop het vuurwerk nooit in de zakken van je kleding, maar in een (stoffen) tas of een doosje. Mocht er
iets misgaan dan kan je het snel weggooien. Wanneer het in je zakken zit, kom je er niet meer vanaf;
o lees voor het afsteken van het vuurwerk de gebruiksaanwijzing. Niet ieder stuk vuurwerk wordt op
dezelfde manier aangestoken;
o gebruik een aansteeklont. Een aansteeklont gloeit en je kunt hem tegen het begin van de
vuurwerklont houden tot die begint te gloeien. Steek vuurwerk nooit af met een aansteker of met
lucifers. De kans bestaat dat de hele lont tegelijk verbrandt en het vuurwerk ontploft terwijl je er nog
naast staat;
o voorkom oogletsel en draag een vuurwerkbril;
o zet vuurpijlen in een fles die stevig rechtop staat en voor 1/3 is gevuld met los zand;
o zorg dat siervuurwerk stevig staat. Zet het klem tussen twee stenen of gebruik een vuurwerkklem;
o steek vuurwerk af op een rustige open plek. Sommige mensen en veel dieren zijn bang voor
vuurwerk. Houd daar rekening mee. Zorg ervoor dat niemand wordt geraakt door je vuurwerk;
o houd afstand. Ga na het aansteken direct zes flinke stappen naar achteren;
o laat vochtig en oud vuurwerk liggen. Kapot vuurwerk kan kruit lekken en dit kan ook ontploffen;
o vuurwerk dat niet is afgegaan, noem je een weigeraar. Steek weigeraars niet opnieuw af; de lont is
heel kort geworden of bijna verdwenen. Steek je een weigeraar toch aan dan is de kans groot dat hij
direct ontploft, vóórdat je op veilige afstand bent;
o bewaar geen vuurwerk tot het volgende jaar. Vuurwerk kan door verschillende oorzaken
ontploffen. Door vuurwerk te bewaren, neem je het risico dat er in huis iets ernstigs gebeurt.


Wetten en regels


Voor het kopen en afsteken van vuurwerk zijn wettelijke regels vastgesteld. Deze hebben tot doel de
veiligheid te waarborgen en overlast te voorkomen. Hieronder vindt u de regels die gelden voor het kopen
en afsteken van consumentenvuurwerk.
Vuurwerk kopen
o vuurwerk mag alleen worden gekocht bij een erkend verkoopadres. Deze adressen zijn op te vragen
bij de gemeente;
o vuurwerk mag alleen worden gekocht door personen van 16 jaar en ouder;
o alleen de laatste drie werkdagen van het jaar (in 2011: donderdag 29, vrijdag 30 en zaterdag 31
december) is het toegestaan vuurwerk te kopen en in bezit te hebben;
o het is niet toegestaan illegaal vuurwerk te kopen of in bezit te hebben.
Vuurwerk afsteken
Vuurwerk mag alleen worden afgestoken op de wettelijk toegestane tijden. Dit is vanaf
31 december om 10.00 uur ’s ochtends tot 1 januari 02.00 uur ’s nachts. Buiten deze tijden is het
afsteken dus strafbaar.
Overtredingen
Voor de volgende vuurwerkovertredingen kunnen jongeren bij Halt terechtkomen:
o het bezit van illegaal vuurwerk;
o het bezit van vuurwerk buiten de periode dat vuurwerk mag worden verkocht;
o het bezit van meer dan 10 kilo vuurwerk;
o het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijd;
o strafbaar baldadig gedrag met vuurwerk.
Bij overige overtredingen volgt een afhandeling via Justitie.

 

Wat doet Halt?


In Nederland zijn 16 Halt-bureaus. Zij zijn actief op het terrein van preventie en bestrijding van
jeugdcriminaliteit door:
o het uitvoeren van de Halt-afdoening;
o het uitvoeren van een breed scala aan preventietaken, waaronder voorlichtingen;
o signalering en advies.
Jongeren van 12 tot 18 jaar die zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten van 'relatief geringe
ernst', krijgen de kans deze fout weer goed te maken zonder tussenkomst van Justitie. De politie verwijst
bijvoorbeeld bij diefstal, vandalisme of een vuurwerkovertreding door naar Halt. Daar worden afspraken
gemaakt om bepaalde werkzaamheden te verrichten en de eventueel aangerichte schade te herstellen of
te vergoeden (dit vormt samen de zogenaamde Halt-afdoening). Wanneer de jongere instemt met deze
afspraken en de Halt-afdoening goed doorloopt, gaat er geen proces-verbaal naar de officier van Justitie
en vindt daar ook geen registratie plaats. Als de Halt-afdoening mislukt, wordt het proces-verbaal
ingestuurd en kan het Openbaar Ministerie alsnog tot strafvervolging overgaan.
Kijk voor meer informatie over Halt en de Halt-afdoening op www.halt.nl .

 

© 2020 frame to frame All Rights Reserved

zoekformulier